HISTORIE

Roeien is nog ouder dan de weg naar Rome. In Egypte en Griekenland werd duizenden jaren geleden al geroeid. De bakermat van de georganiseerde sport ligt echter in Engeland, waar op de Thames in 1715 de eerste roeiwedstrijd werd georganiseerd, vernoemd naar de prijs die de winnaar mocht dragen, de Doggett Coat and Badge. Vanaf het begin van de 19e eeuw begonnen Engelse universiteiten elkaar uit te dagen op het water, en in 1829 vond The Boat Race tussen Oxford en Cambridge voor het eerst plaats. In 1846 werd in Rotterdam door de Koninklijke Nederlandsche Yachtclub, onder voorzitterschap van Prins Hendrik, opgericht. Slechts een jaar later volgde de “Koninklijke” Zeil-en Roeivereniging in Muiden. In 1848 en 1851 kwamen hier De Hoop en De Maas bij.

Oprichting

De eerste prille jaren van de Studentenroeivereniging worden getekend door de inzet van een enkele actieve rechtenstudent en een koninklijke watersportliefheber. Nadat James Cohen Stuart op 5 juni 1874 zijn voornemen bekend had gemaakt, meldden zo’n twintig corpsleden zich spontaan aan. Hij koos zijn vriend W.J Kolff tot praeses en nam zelf het abactiaat op zich. Bij oprichting ontving Njord van Prins Hendrik twee boten in eeuwige bruikleen: de ‘Rotterdam’ en ‘De Rijn’. Van De Hoop werden de Kemphaan en de Amphytrite gekocht. Een loods werd gehuurd aan de Haven. Het krappe gebouw, dat lekte en zeer vuil was, huisde de eerste vier boten die we van de Hoop en Prins Hendrik hadden gekregen, en was hiermee al overvol. Al in 1874 werd gezocht naar een geschiktere vestigingsplaats, en het oog viel op de tuin van Zwem- en Badinrichting “Rhijnzicht” gelegen aan het Galgewater. Op 21 mei 1875 werd voor 1750 gulden een loods neergezet, naast de betaling van vijftien gulden per jaar voor het recht van opstal op het terrein van 1,82 are (22,5 bij 8 meter). Precies op die plek prijkt ons Njordgebouw nog steeds, hoewel het nog veel veranderingen zou ondergaan.

Bij de eerste vergadering na de zomer waren de leden het niet geheel eens over de naamgeving. Het spande tussen ‘De Rijn’ en ‘Njord’, maar zelfs nadat Njord de stemming nipt het gewonnen, was er nog sprake van het weglaten van de naam en simpelweg “Studenten Roeivereeniging” aan te houden. We waren immers de eerste. James Cohen Stuart begon met het aanspreken van de Noordse godenwereld een traditie: Laga, Aegir, Skadi, Vidar en Skoll zouden volgen. Andere roeiverenigingen zochten bij de Griekse en Romeinse mythologie: Nereus, Triton, Argo, Okeanos en Asopos zijn hier voorbeelden van. Stuart kende zijn Noordse mythologie goed en koos als symbool de zwaan, wiens zang door God Njord bejubeld wordt in de proza Edda. In één adem met Njord en zijn zwaan noemde hij de kleur lichtblauw. Er is nooit bewezen dat de kleur van Cambridge van afkomstig is, noch is hier toestemming voor gevraagd, echter is hun kleur wat groeniger. Daarnaast hadden De Hoop en De Maas al eigen kleuren en was lichtblauw nog niet vergeven, en sloot het goed aan bij het water. Al in 1875 nam het roeiuniform de huidige vorm aan, met een donkerblauwe broek en witte, destijds gebreide, bovenkledij. De Njordblazer, heden ten dage bekend als het wedstrijdjasje, werd pas in 1922 geïntroduceerd ter gelegenheid van een uitzending naar de Europese Kampioenschappen in Barcelona.

Op 9 juli 1876 organiseerde “de Amstel” wedstrijden te Amsterdam. Hier werd in de vierriemsgiek het eerste blik getrokken, voorgeslagen door Brouwer (de Njordman!) in de Prins Hendrik der Nederlanden. In dit eerste roeiseizoen van de Studenten Roeivereeniging werden twee prijzen en drie premiën (tweede plaatsen) behaald. In datzelfde jaar werd Laga opgericht te Delft. Naar het voorbeeld van Oxford en Cambridge hadden we onze tegenstander gevonden, en reeds in 1878 werd de eerste Varsity georganiseerd. Destijds vond de studentenroeiwedstrijd op het Galgewater over een afstand van 3200 meter met twee keerboeien.

De jaren van de Sans Nom 1882-1886

Vanaf 1882 hadden vijf heren alles op alles gezet om Njord aan een Varsityzege te helpen. De vier roeiers, onder leiding van de vooruitziende blik van slag P.H. Damsté, trainden onuitputtelijk in de Sans Nom. Deze bescheiden boot was datzelfde jaar gefinancierd door geld in te zamelen bij de leden. Omdat het de eerste boot van botenbouwer Dussonet was, moest hij eerst zijn kwaliteiten bewijzen. Als een van de eerste roeiers dacht Damsté na over botenafstelling, techniek, voeding, gewicht van stuurtjes en trainingsschema’s. Zijn tactieken wierpen zijn vruchten af: in de jaren tachtig van de 19de eeuw werd, in verschillende opstellingen, zesmaal achtereenvolgens de Varsity gewonnen, een overwinningsreeks die tot op de dag van vandaag niet geëvenaard is. Damsté zou nog veel meer voor Njord blijven betekenen. Zo schreef hij voor het lustrum van 1884 het Njordlied en componeerde hij het Latijnse gedicht waarvan de twee slotregels nog steeds op de muur van de Zwanezaal te lezen zijn. Tijdens het lustrum van 1899 kreeg hij het erevoorzitterschap aangeboden.

Oud-Njord

Onder leiding van één van de roeiers uit de Sans Nom ploeg, F.E. Pels Rijcken, ontstonden in 1919 plannen voor het oprichten van een oud-ledenvereniging. De prestaties van Njord waren dat jaar niet bijster goed en ook de financiële situatie leed onder de bouw van het nieuwe botenhuis enkele jaren ervoor. Een aantal oud-leden hielden een vergadering om iets aan Njord te doen, waarbij de Praeses werd ontboden om mededelingen te doen over de toestand van Njord. Deze praktijk vindt nog steeds ieder jaar plaats tijdens de algemene ledenvergadering van Oud-Njord. Er werd besloten om geld in te zamelen om een nieuwe gladde vier aan te schaffen. Ook het schouwen van de Oude Vier dateert uit deze tijd. De oud-leden aanschouwden de Oude Vier vanuit rijtuigen in de hoop de boot bij te houden. In 1924 werd Pels Rijcken officieel tot eerste Praeses van Oud-Njord benoemd en tijdens het vijftigjarig bestaan dat jaar werd de oprichting van de oud-ledenvereniging onthuld. Na vijtig jaar incidentele en individuele steun van oud-leden, kon Njord nu rekenen op de onvoorwaardelijke steun van Oud-Njord. Twee jaar later verkreeg de oud-leden vereniging Koninklijke goedkeuring op de Statuten. Desalniettemin wordt 1919 als geboortejaar aangehouden, waarmee Oud-Njord de oudste oud-ledenvereniging van Nederland is. In 1929 werd voor het eerst sinds 1908 weer het hoofdnummer gewonnen. Het zou niet de eerste keer dat Njord twintig jaar moest wachten op een volgende Varsity overwinning. De volgende keer dat de Oude Vier als eerste over de streep zou gaan, was pas in 1949. Het bleek gelukkig geen toevalstreffer, want deze legendarische ploeg met W. Algie op slag en G. Dutry van Haeften op boeg wist maar liefst drie keer het Varsitygoud mee naar Leiden te nemen.

De Oorlog

Al vanaf 1939 wierp de Tweede Wereldoorlog zijn schaduw vooruit. De Europese Kampioenschappen waar Njord in de acht zou starten gaan niet door. Tussen 1940 en 1945 kwam langzaam maar zeker aan alle roeiactiviteiten een einde. In november 1940 sloten de Duitsers het Leidsch Studentencorps en Njord nadat er onrust was ontstaan over het ontslaan van joodse hoogleraren. In april werd 1941 ging Njord tijdelijk open en werd er sporadisch geroeid, maar vanaf november 1941 ging de Universiteit definitief dicht. In 1943 organiseerden voormalig studentenroeiers een gespeelde Varsity in een krijgsgevangenenkamp op Java, die door Njord gewonnen wordt. Dankzij voortreffelijk werk can het toenmalige bestuur en bootsman Hendrik de la Bije werden de boten deels ondergebracht bij andere roeiverenigingen en deels verstopt onder het hout bij Noordman aan de andere kant van het Galgewater. Na de oorlog kwamen de meeste boten ongeschonden tevoorschijn, enkele echter met kogelgaten. Op persoonlijk gebied leed Njord grote verliezen. Onder de slachtoffers vinden we Erelid E.W. de Jonge, die zowel op Njord als Minerva jarenlang een vooraanstaande positie bekleedde. Hij moest zijn illegale activiteiten als geheim agent bekopen met gevangenschap en uiteindelijk de dood in een concentratiekamp. Zoals de Ab Actis in het jaarverslag van 1945-1946 schrijft: “Njord heeft in het afgelopen jaar een malaise doorgemaakt, die met alle beschikbare krachten zal moeten worden overwonnen. Veel, zeer veel staat op het spel. De toekomst van Njord! Het zal een groote krachtinspanning kosten Njord weer op haar ouden plaats van de Eerste Studenten Roeivereeniging te brengen”. De inzet van Oud-Njordleden was hierin van grote waarde. Dit mocht baten, want in het volgende verenigingsjaar werd het hoogste blikkenaantal tot nog toe behaald. Njord bloeide weer, wat ook te zien was aan het aantal leden. Om dit op te vangen werd op 17 november 1947 de Fuifroei-commissie in het leven geroepen. Al snel werden vele activiteiten georganiseerd, en het fuif- en later competitieroeien zou een blijvende plaats op de vereniging bekleden.

Hervormingen

Vanaf halverwege de jaren zestig groeide het ledenaantal van Njord, dankzij het ‘eerstejaars-pakket’ van het L.S.C.. Eerstejaars Corpsleden werden daardoor automatisch lid van alle subverenigingen, inclusief Njord. Hoewel hiervan maar weinig leden ging wedstrijdroeien, kwam hiermee de fuifroeisectie van de grond. Vanaf 1971 zou het Bestuur daarom uitgebreid worden met een functionaris voor het competitie- en fuifroeien. In de tussentijd was het imago van het Corps echter niet verbeterd. Incidenten tijdens de traditionele ontgroening kregen zeer veel aandacht in de pers, de Universiteit dreigde om iedere subsidie aan Njord stop te zetten en in 1969 had het L.S.C. besloten de groentijd af te schaffen. Op Njord brak een nieuwe tijd aan: na Argo, Skadi en Nereus besloot ook Njord in 1970 zijn lidmaatschap open te stellen voor-niet corpsleden. Hier bleef het echter niet bij: er zou binnenkort nog een hele andere groep Leidse studenten bij komen.

Nadat de gemeente Leiden in 1970 besloot de trekvliet dicht te gooien, moest De Vliet een nieuw onderkomen kiezen. Naar Njord of naar Asopos, dat zich sinds 1963 op de rand van Leiderdorp bevond? Njord en De Vliet konden het van oudsher goed met elkaar vinden, evenals moedervereniging L.S.C. en V.V.S.L.. Echter besloten de dames van De Vliet na slecht verlopen ledenvergadering hun verenigingsnaam en -kleur aan Asopos te binden en richting Leiderdorp te verkassen. De wedstrijddames wisten gelukkig wel beter, waarmee Njord de eerste corporale roeivereniging was die voor dames openging. Vanaf 1971 zouden een ouderejaars damesacht, eerstejaars damesacht en eerstejaars dames dubbelvier de wedstrijdsectie van Njord versterken. De ouderejaars acht, gecoachd door Nelleke Elferink, was al direct zeer succesvol op de Hollandia en in het buitenland. Na een tweede plaats op de Nederlands Kampioenschappen, eindigde de ploeg op de vijfde plaats van de Europese Kampioenschappen te Brandenburg. Direct bij hun aankomst in 1971 namen dames van De Vliet, Ceska Marrenga en Marieke Kuipers, zitting in het Njordbestuur. Het zou echter nog tot 1996 duren voordat de vereniging werd vertegenwoordigd door de eerste vrouwelijke praeses, Carola Haven.

100 Jaar Njord

Het honderdste jaar in de geschiedenis van de S.R.V. is geen algeheel hoogtepunt: voor het eerst in de Varsity-historie er komt er geen Oude Vier van Njord op het Hoofdnummer uit. Naar inzicht van de vereniging was de beschikbare Oude Vier niet geschikt. Desalniettemin was het eeuwfeest een groot succes: Er werden Lustrumwedstrijden georganiseerd te Alphen met aanwezigheid van Prinses Margriet, Udo Suermondt werd tot Erepraeses benoemd en de Koningin verleende Njord het predicaat “Koninklijk”. Zoals f.t. praeses Brenkman constateerde: de K.S.R.V. “Njord” was geboren en de S.R.V. “Njord” bestond niet meer.

De succesvolle 80’er jaren

De Varsityvloek bleek nog niet opgeheven: tussen 1963 en 1983 werd geen enkele Varsity gewonnen door Njord. “Eens in de 20 jaar wint Njord de Varsity”, moet coach A.F.C. Vervloet gedacht hebben toen hij de Oude Vier een maand voor de Varsity naar de Verenigde Staten haalde. De Varsity zou dat jaar niet gewonnen worden, wel trok Njord het eerste Nederlandse blik op Amerikaans water. Met deze ervaring op zak vond vanaf 1984 een heuse inhaalslag plaats: in verschillende opstellingen werd voor het eerst sinds de jaren van de Sans Nom vijfmaal achter elkaar het hoofdnummer gewonnen. Niet alleen de Varsity, maar het roeien in de gehele breedte ging de K.S.R.V. goed af in deze jaren. In het seizoen 1985-1986 werd zelfs een recordaantal van 74 blikken behaald, een prestatie die pas in 2014-2015 geëvenaard zou worden.

Klassementsoverwinningen en Olympische ringen

Het Eerstejaarsklassement wordt in 1991 in het leven geroepen, en de Lichte Acht van Njord wint meteen. In 1995 slagen de Eerstejaars Dames erin om het klassement te winnen. Een competitieroeister blijkt een enorm talent: Irene Eijs schopt het in de skiff naar de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona en wint vier jaar later brons in de dubbeltwee in Atlanta.

Na drie gemiste edities wordt Njord op de Olympische Spelen in Londen eindelijk weer vertegenwoordigd, en niet zomaar: in de vrouwenacht weet Jacobine Veenhoven een bronzen plak te behalen. Het succes werkt inspirerend op de damesch, want in 2014 en 2015 wordt het Eerstejaars Damesklassement gewonnen. Het in 2014 geïntroduceerde Eerstejaars Lichte Dames klassement, gevaren in de gestuurde dubbelvier, wordt tevens door Njord gewonnen. Ook in 2016 was Njord weer te zien op het hoogst mogelijke podium, in de vorm van Nicole Beukers in de vrouwen dubbelvier dei zilver won op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. De enorme groei van het aantal leden de afgelopen jaren, heeft echter ook gezorgd voor ontwikkelingen buiten het roeien. Zo werd in 2006 het eerste dispuut, Dameschdispuut De Walkuren, opgericht. L.H.D. Vanir en L.D.D. Verdandi zouden spoedig volgen en met de Heeren XII kwam er een verband bij. Dankzij de samenwerking met het museum Volkenkunde kreeg Njord de unieke kans om een Wakagezelschap op te richten, die sinds 2011 zorg draagt om de Maoricultuur in stand te houden. Njord is door de jaren heen veelzijdiger geworden, heeft hoogtepunten en dieptepunten gekend, maar de essentie die ons bindt gaat niet verloren: een vereniging met een lichtblauw hart.