In 16 vragen naar Rio met pararoeister Annika

In 16 vragen naar Rio met pararoeister Annika

Wellicht hebben de leden haar al gezien op en rond de vereniging: Sinds enkele weken traint Annika van der Meer bij ons op Njord. Op de ergometer en in haar skiff is ze hard op weg naar de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro in 2016. Onlangs interviewde de Row-to-Rio commissie haar in 16 vragen om haar  verhaal te delen.

IMG_0667

 

Annika van der Meer, 29 jaar, geneeskunde (Universiteit Leiden)

 

 

 

Allereerst natuurlijk de vraag die veel mensen waarschijnlijk al aan jou gesteld hebben, wat is er precies gebeurd? Kan je meer vertellen over je ongeluk?                                            Er waren eigenlijk meerdere ongelukken. Toen ik 21 was ben ik hard gevallen tijdens het skiën. Mijn kniebanden waren gescheurd en de spieren en zenuwen van mijn bovenbenen raakten beschadigd tijdens een wedstrijd. Ik moest geopereerd worden, maar tijdens de operatie zat mijn been te lang zonder zuurstof; daardoor is mijn rechterbeen verlamd geraakt. Daarna ben ik verder gegaan met paralympisch skiën, dit heb ik van 2009 tot 2013 gedaan. Ik had een nominatie voor de Paralympische Spelen in Sochi, maar in de zomer 2013 ben ik weer gevallen en toen heb ik mijn andere knie ernstig geblesseerd (drie kniebanden door en beide menisci kapot). Ik ben weer twee keer geopereerd, skiën ging niet meer dus ben ik doorgegaan met wielrennen. Ik ben altijd al sportief geweest en dat wilde ik niet laten gaan. Ik fietste alleen met mijn linkerbeen, ook rondom en na mijn knieoperaties. In maart 2015 heb ik zelfs het wk op de wielerbaan gereden, en zowel in de achtervolging als in de tijdrit ben ik achtste geworden. In april had ik de laatste operatie aan mijn linkerknie, en in de zomer besefte ik dat wielrennen ook niet meer ging; ik ben gestopt want mijn been deed teveel pijn.

Wat waren je eerste gedachten over je sportcarrière na je ongeluk?                                        De schade was niet meteen duidelijk, maar ik wist wel dat het niet meer goed zou komen. Het was ook frustrerend dat niets lukte zoals ik wilde. Maar ik denk in oplossingen: “dan ga ik maar paralympisch skiën”.

En nu dan roeien! Hoe ben je erop gekomen om te para-roeien?                                                In de EL CID in 2005 had ik de ergometertest gewonnen! Maar ik werd lid bij Minerva en meende dat ik geen tijd had om te roeien. Wielrennen deed afgelopen zomer teveel pijn, en ik had besloten om te stoppen. Dit vond ik erg jammer maar ik had me erbij neergelegd. In augustus kwam ik toevallig bij de Roeibond – mijn vriend is daar vrijwilliger – en vanuit de bond kwam de vraag of ik wilde para-roeien. Hier heb ik een week over nagedacht. Uiteindelijk wilde ik het proberen, maar ik had wel aangegeven dat ik echt fanatiek ben en een kans wilde hebben om naar Rio te gaan. De bond ging kijken waar ik in mijn regio kon trainen; hier kwam Rijnland uit als optie, maar ik wilde liever trainen bij Njord, in de omgeving van andere studenten. De bond ging hiermee akkoord en heeft vervolgens materiaal beschikbaar gesteld zodat ik hier kan trainen. Ik ben begonnen met trainen bij Njord in de tweede week van september, daarvoor heb ik ook bij de fysio getraind.

Zijn er nog grote verschillen tussen aangepast roeien en “normaal” roeien?                          In grote lijnen is para-roeien wel hetzelfde als gewoon roeien, je moet lange halen maken. Alleen mijn benen gebruik ik niet, maar ik kan nog best hard gaan op mijn armen en rug. Verder zijn alle wedstrijden met para-roeien 1 kilometer, terwijl het normaal gesproken 2 kilometer lang is. Tijdens de Paralympische Spelen wordt er in mijn klasse geroeid in een gemengde dubbeltwee, met één man en één vrouw dus.

Hoe verloopt het trainen op Njord?
Nu train ik zes keer per week. Mijn boot is hier dinsdag gekomen, sindsdien heb ik elke dag geroeid. Pas de zaterdag ervoor heb ik bij Rijnland voor het eerst echt geroeid, dat ging gelukkig best goed. Verschillende coaches gaan mee, maar helaas heb ik nog geen vaste coach om zes keer per week op het water te kunnen trainen. Verder train ik regelmatig op de ergo.

Heb je veel contact met andere mensen op Njord?                                                                     Nog niet heel veel. Mensen kunnen mij hier gewoon aanspreken, dat lijkt mij erg leuk. Sommigen ken ik wel van studie, maar vooral de eerstejaars ken ik niet.

Even terug naar het sporten zelf. Je hebt ook aan skiën en wielrennen gedaan. Waar komt dat sportieve in jou vandaan?
Als kind was ik al sportief, toen ik nog maar twee jaar was begon ik met skiën en van mijn zesde tot mijn achttiende heb ik op hockey gezeten. Dit was overigens niet op hoog niveau, maar het was wel gezellig. Het sportieve zit in de familie, mijn vader heeft ook aan wedstrijdskiën gedaan en mijn moeder was jeugdroeister

Zijn er nog veel dagen waarop je het skiën en wielrennen mist?  
In de winter mis ik het skiën nog wel. Wielrennen mis ik niet heel erg. Ik heb lange wegwedstrijden ook nooit zo leuk gevonden. Ik hou van buitensporten en met roeien heb je ook geen lange afstanden, dus dat vind ik erg leuk.

Is jouw dagelijkse leven naast het sporten ook erg veranderd door jouw handicap?
Ik kan alleen kleine stukken lopen, en meer dan één trap lopen gaat ook niet. Verder is het reizen met openbaar vervoer best lastig, dus het liefst reis ik met mijn aangepaste auto. De badkamer van mijn appartement is aangepast, en ik heb een vaatwasser omdat ik niet lang kan staan met afwassen. Het is voor mij ook lastig om bij een ander thuis te slapen; met de trainingskampen slaap ik in een hotel dus dat is gelukkig nooit een probleem.

Over je dagelijkse leven gesproken, wat doe je het liefst naast het sporten in je vrije tijd?
Ik heb niet veel tijd voor andere hobby’s. Ik vind het wel leuk om te koken en om gezellig samen met vrienden te eten en te kletsen. Ik hou niet erg van shoppen, maar dat is wel goed voor de portemonnee. Ook heb ik een wetenschappelijke medische interesse. Ik wil me met mijn studie specialiseren in kindergeneeskunde en dan in de oncologie. In 2013 heb ik mijn wetenschapsstage in Vancouver gedaan, hier heb ik de tijd van mijn leven gehad. Het leven in Canada vond ik erg fijn, alle voorzieningen waren goed aangepast voor gehandicapten. Terwijl Nederlanders soms best terughoudend kunnen zijn als het gaat om handicaps, waren de mensen in Canada meer gastvrij en verder ook heel aardig.

Wat is je grootste overwinning van de afgelopen jaren?
Toen ik in 2014 in het ziekenhuis lag vanwege mijn operatie was ik erg gefrustreerd omdat op dat moment de Spelen in Sotsji aan de gang waren; daar had ik ook willen staan! Een maand later was het WK wielrennen op de baan en ik had gezegd: “Volgend jaar ben ik erbij!” En dat is gelukt.

En dan volgend jaar de Olympische Spelen in Rio, wat zijn je kansen en hoe ga je het aanpakken?
Vanuit Nederland gaat er maar één gemengde dubbeltwee naar Rio. Het is lastig mijn kansen in te schatten. Het Nederlands Kampioenschap Indoorroeien is een selectiemoment, ik kom er denk ik wel doorheen maar verder vind ik het heel lastig te beoordelen. Ik heb één goede tegenstandster, zij is 18 jaar ouder en traint veel langer. Daarentegen ben ik iets langer en fysiek sterker. Ik ga zo snel mogelijk leren roeien, ik moet sterk en fit blijven door goed te trainen en ik zoek nog goede begeleiding voor het trainen.

Had je ooit gedacht dat je zo aan de top zou komen met het roeien?
Dit was wel het plan, ik wilde alleen roeien als ik een kans zou maken om naar Rio te gaan: ik ga echt voor de overwinning. De Roeibond heeft gezegd dat er mogelijkheden zijn. Zij hebben ook aangegeven dat ze meer jongere mensen willen hebben voor het para-roeien en de sterkste boot op de Spelen willen hebben.

Hoe reageren de mensen om je heen?
Niet veel mensen weten dit, maar de mensen die het weten vinden het leuk. Ik heb het bewust stilgehouden, ik ken mijn tegenstandster en wil het nog niet van de daken schreeuwen. Ik wil mezelf eerst bewijzen, maar dat moment komt nu wel dichterbij.

Waar zie jij jezelf over vijf jaar?
Dan ben ik oud! Hopelijk ben ik dan afgestudeerd. Ik sluit Tokio niet uit maar het hangt ervan af hoe mijn leven loopt. Ik wil me ook focussen op studeren en werken.

En dan de laatste vraag: welke boodschap wil jij aan de leden meegeven?
Ik zeg altijd: “I’m not what happened to me, I’m what I choose to become.” Je bent wie je wilt zijn. Ik laat me niet kisten door mijn handicap; ik ben geen slachtoffer. Iedereen krijgt zo in het leven zijn eigen levenslessen.

Doel en droomdoel:
Mijn doel is Rio; mijn droomdoel de gouden medaille!

IMG_0671

Annika traint met WK-roeister Marie-Anne Frenken 

Interview:   Yorick Verduin en Willeke van der Hoff

Reageren is niet mogelijk.